Verantwoording

Deze vertaling is niet geheel mijn eigen werk. Op het Internet staan verschillende vertalingen. De eerste die ik onder ogen kreeg was redelijk goed, en ik heb die als begindocument gebruikt. Vervolgens heb ik die zin voor zin vergeleken met de Engelse tekst die te vinden is op http://www.ancienttexts.org/library/ethiopian/enoch/index.html

en daar waar nodig correcties in de Nederlandse vertaling aangebracht.

Overigens heb ik geen vertaling kunnen vinden die verder gaat dan Hoofdstuk 57. Er zijn er, verdeeld over vijf boeken, 108. Ik kan dus even vooruit :-) Of het er echt van komt valt te bezien, want de eindeloze oeverloze herhalingen van hetzelfde thema zijn erg vermoeiend. Met wat westerse efficiŽntie had 't geheel misschien in tien hoofdstukken verteld kunnen worden. Men had toen kennelijk erg veel tijd.....

De aanleiding voor dit alles was het lezen van het boek "Mijn Visie in woord en beeld" van Erich von Dšniken (ISBN 90202 32827, uitgeverij Ankh-Hermes, niet meer verkrijgbaar), waarin hij stelt dat veel van de raadselen uit het verre verleden verklaard kunnen worden door aan te nemen dat de aarde destijds bezocht is door wezens van een andere wereld. Een van de vele voorbeelden die hij in dit en andere boeken ("Waren de Goden kosmonauten?" en "Terug naar de sterren") geeft is dat van de Boeken van Henoch. Ik besloot die te gaan lezen.

Al lezende stuit je inderdaad op zaken die klemmende vragen oproepen:

  1. Wie waren die "zonen van de goden"? Let wel: 'goden' in meervoud (lees ook Genesis 6:1-4).
  2. Als het echt "engelen" waren, hoe konden die dan kinderen verwekken bij de vrouwen van de mensen?
  3. Als het echt "engelen" waren, wat moesten die dan met zwaarden, messen, schilden, en buikschilden, het bewerken van de metalen van de aarde, en het gebruik van antimoon? Niet echt zaken die je in de hemel dagelijks nodig hebt, lijkt me.
  4. "De winden in het visioen deden mij vliegen en tilden mij op, en droegen mij ten hemel." (Hoofdstuk 14): het kan in een droom, dat wel, maar met zulke details?
  5. Wat was dat "groots en majestueus apparaat" in Hoofdstuk 34?
  6. Hoe kon Henoch zo over de bergen en zeeŽn (o.m. de Zee van Eritrea) vliegen? Liftte hij soms mee met GabriŽl cs?
  7. Waar heeft de Gezalfde bergen van ijzer, koper, zilver, goud etc nodig "opdat hij krachtig en machtig zal zijn op aarde"? (zie Hoofdstuk 52). Klinkt nogal materialistisch.

Het schijnt zo te zijn dat de Boeken van Henoch niet in tegenspraak zijn met de Dode Zeerollen. Het Pottergehalte schijnt dus mee te vallen. Von Dšniken kan derhalve best gelijk hebben. Maar als dat zo zou zijn, dan verschuift de vraag of er een God is zich naar de vraag wie die wezens uit die andere wereld geschapen heeft. We zullen het nooit weten.

Maar ja, dan lees je op een van de vele Henoch-gerelateerde sites dat:

  • volgens de meest recente inzichten de zondvloed omstreeks 2892 (da's verrekte nauwkeurig!) voor Christus plaatsvond;
  • dat de 70 generaties die de gevallen engelen opgesloten moesten blijven, gemeten naar bijbelse generaties van 70 jaar, 4900 jaar zouden duren;
  • -2892+4900 = 2008, dus vorig jaar (da's ook toevallig!);
  • dat het beruchte jaar 2012 binnen die schattingen valt......

Of zouden die "inzichten" misschien ietsiepietsie gemanipuleerd zijn? Enfin, we wachten maar af :-)

Toegift:

Als je Genesis 4 leest dat staat daar onder meer: "En hij merkte KaÔn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan." Nu zou je toch denken: Adam en Eva, krijgen KaÔn en Abel als zonen. Abel was al dood. Door wie zou KaÔn dan doodgeslagen kunnen worden? Waren er dan al andere mensen?

Als iemand me op het bovenstaande zinvolle antwoorden kan geven, grŠŠg! Schrijf me dan: